Een van mijn voorouders, Catharina Leth, leefde gedurende de 18e eeuw in Amsterdam, maar haar oorsprong ligt in Mandal, Noorwegen. Mandal is een havenstad op het zuidpuntje van Noorwegen. In Amsterdam bestond er destijds een aanzienlijke Noorse gemeenschap. De stad trok veel mensen aan door de heersende tolerantie en de relatieve godsdienstvrijheid, evenals de mogelijkheid om te profiteren van de vrijwel ongebreidelde welvaart die de stad bood. Terwijl sommigen erin slaagden om een voorspoedig leven op te bouwen, bleven anderen achter in armoede.
Een groot deel van de Noren was werkzaam in de zeevaart. Allen waren verbonden aan de Evangelisch-Lutherse kerk, wat het onderzoek naar familieleden vergemakkelijkt. Gelukkig zijn inmiddels veel archieven uit Amsterdam digitaal toegankelijk. Ik heb in het bijzonder gebruik gemaakt van ondertrouwakten, waarin de leeftijden en geboorteplaatsen van de verloofden zijn vastgelegd. Ook de doopboeken, waarin de namen van de doopgetuigen aanwijzingen kunnen bieden over familiebanden, en de overlijdensakten, waarin soms de straat van de overledene wordt vermeld, zijn waardevolle bronnen. Bovendien zijn er soms verrassende waardevolle gegevens te vinden in de Notariële archieven.
Een uitdaging bij het onderzoek is de vaak wisselende spellingswijze van namen. In sommige gevallen kunnen wildcards (*) nuttig zijn, maar de nodige voorzichtigheid is geboden. Catharina kan bijvoorbeeld ook als Trijntje, Kaatje of zelfs Keetje voorkomen. De naam Maria kan gevarieerd worden als Marieke, Marietje of Mietje. Daarnaast wordt bij vrouwen soms hun patroniem (vadersnaam), hun eigen achternaam of die van hun echtgenoot gebruikt. Een voorbeeld uit de familie Leth is de vrouw van kapitein Jonas Dalbeek: zij wordt in de archieven aangeduid als Christina Pieters, Christina Dalbeek of Christina Leth.
Het vinden en identificeren van de familieleden van Catharina en Christina Leth is een hele puzzel, zoals zal blijken. Ik begin met een grafisch overzicht van alle personen die bij deze speurtocht betrokken zijn, en zal stap voor stap uitleggen hoe ik tot mijn conclusies kom.
In de grafiek worden vijf groepen onderscheiden. Van links naar rechts zijn deze als volgt:
- In witte vakken zijn de drie zonen van Maria Pieters afgebeeld, allen met de achternaam Duif en geboren tussen 1720 en 1727 in Mandal.
- In het groen is Christina Pieters Leth weergegeven, geboren in Mandal in 1717, die in 1755 in Amsterdam trouwde met de kapitein Jonas Daalbeek, eveneens afkomstig uit Mandal. Informatie over zijn voorgeslacht is te vinden via deze link. Haar ouders waren op dat moment reeds overleden, hetgeen verklaart waarom haar zus Maria Leth, die kennelijk ook in Amsterdam woonde, assisteerde bij de ondertrouw (aangegeven met de blauwe pijl).
- In het geel wordt Catharina Leth weergegeven, geboren in Mandal in 1720. Zij woonde in 1742 al in Amsterdam, waar ze toen werd aangenomen als Luthers lidmaat, maar ze trouwde pas in 1756. De bruidegom was Claas Broeks, de slepersbaas, over wie ik eerder schreef op mijn blog van 21 februari, getiteld "Moord op het secreet". Bij haar ondertrouw werd zij bijgestaan (blauwe pijl) door Sibilla Willems, de echtgenote van kapitein Christiaan Bruin, maar die eerder gehuwd was met Erasmus Leth.
- In grijs is Erasmus Leth afgebeeld, geboren in Mandal in 1715. Uit zijn huwelijk met Sibilla is één dochter voortgekomen, Sara Maria, die ongehuwd is gebleven.
- In lichtrood is Sara Erasmusdr. Moerbeek te zien, eveneens geboren in Mandal, wanneer is onbekend. Zij is vermoedelijk tussen 1704 en 1708 getrouwd met de Nederlandse zeeman Hendrik Roelofse Donker, hoewel het huwelijk niet in Amsterdam is teruggevonden. Daaruit volgt dat ze in de tien of twintig voor 1690 geboren zal zijn, als ze tenminste 18 jaar oud was bij haar huwelijk. Hun enige dochter, Geertruij Donker, had eveneens slechts één dochter en wel uit haar huwelijk met Johannes Valk. Deze dochter, Anna Maria Valk, ging een huwelijk aan met kapitein Frederik Christiaan Kreuger, afkomstig uit Wolgast aan de Oostzee. Dat huwelijk bleef kinderloos. Verdere details over haar zullen later worden besproken.
Binnen de gekleurde secties zijn de familierelaties duidelijk vastgelegd, aangegeven met doorlopende zwarte lijnen. Voor andere relaties ligt het bewijs meer genuanceerd en zal ik dit stapsgewijs afleiden (zie de vierkante vakken met de toegewezen nummers). Gestreepte zwarte lijnen geven familierelaties aan die ik afleid uit de hierna volgende argumenten. De rode of oranje pijlen duiden aan dat een individu of een echtpaar getuige was bij de doop van het kind dat door de betreffende pijl wordt aangeduid.
Stap 1: Catharina en Erasmus Leth: zus en broer
Bij het huwelijk van Catharina (geel) in 1755 waren haar ouders al dood. Ook Erasmus (grijs) was toen al jaren dood. Beiden scheelden maar 5 jaren in leeftijd. Dat maakt het alleszins aannemelijk dat zij zus en broer waren, en dat daarom schoonzus Sibilla (Bruin, naar haar tweede man) bij de aangifte van de ondertrouw assisteerde. Bovendien lopen er nog andere familierelaties (zie later).
Stap 2: Christina en Catharina Leth: zusters
Jonas Daalbeek en Christina Leth (groen) waren in 1760 getuige bij de doop van Catharina Broeks, de jongste dochter van Catharina Leth (geel). Christina is maar 3 jaar ouder dan Catharina. Omdat de ouders van Catharina Leth en die van haar man al dood waren toen de doop plaatsvond, ligt het voor de hand dat dan een zuster van de moeder (met haar man) getuige is. Bovendien waren er aan vaderskant weinig alternatieven: Claas Broeks, afkomstig uit Kiel, had maar één broer in Amsterdam die in 1760 al was overleden en alleen een weduwe en dochter had nagelaten.
Stap 3: Sara Erasmus Moerbeek is tante van Erasmus en Catharina Leth
Hiervoor is het bewijs heel divers. Allereerst merken we op dat Sara (rood) in de Amsterdamse archieven heel verschillend wordt weergegeven. Vaak als Sara Moerbeek, maar soms ook als Sara Donker (naar haar eerste man) of Sara Hecquard (naar haar tweede man, de uit Bergen (Noorwegen) afkomstige kapitein Caspar Hecquard. Maar alleen in de ondertrouwakte van haar huwelijk met deze laatste staat dat ze in Mandal geboren is, en is haar naam vermeld als Sara Erasmus Moerbeek. Haar vader had dus als voornaam Erasmus.
Verder is Geertruij Donker, de dochter van deze Sara Moerbeek, met haar man Johannes Valk getuige bij de doop van de enige dochter van Erasmus Leth in 1738 (stap 3a in het diagram).
Anna Maria Valk, de dochter van Johannes Valk en Geertruij Donker, en dus de kleindochter van Sara Moerbeek, is samen met haar man getuige bij de doop van twee van de kinderen van Catharina Broeks (stap 3b in het diagram).
Ik heb de familie van Johannes Valk, de man van Geertruij Donker, en van haar vader Hendrik Donker voldoende ver terug uitgezocht. Geen van hen is bloedverwant of direct aangetrouwd aan een lid van de familie Leth. De band moet dus via haar moeder Sara Erasmus Moerbeek lopen.
Het uiteindelijke bewijs (stap 3c) voor de bloedverwantschap van Sara Moerbeek met de familie Leth kwam ik onlangs op het spoor. Een deel van het Haarlemse notariële archief is inmiddels gescand en met automatische tekstherkenning gemakkelijk digitaal toegankelijk gemaakt. Daar is het testament van de bovengenoemde Anna Maria Valk uit 1804 te vinden. Zij liet geen kinderen na en benoemde een aantal met name genoemde nichten of hun kinderen tot erfgenamen. Een paar van die nichten komen van haar vaders kant, de familie Valk. Maar de beide zusters Anna Maria Broeks en Catharina Broeks, de enige dan nog levende dochters van Catharina Leth, zijn ook "nichten" en erfgenamen. Men moet hier dus "nicht" opvatten als "achternicht".
De vraag is nu of Sara Moerbeek een (oud)tante aan vaderskant of aan moederskant is. We hebben bij stappen 1 en 2 al gezien dat Christina, Catharina en Erasmus Leth broers en zussen zijn. Christina wordt ook wel met haar patroniem Pieters vermeld. Hun vader was dus een Pieter (Leth). Dan ligt het dus voor de hand dat hun moeder een zuster van Sara Moerbeek was. De vader was dan mogelijk een Erasmus Moerbeek.
Stap 4 Sybrand, Pieter en Albert Duif zijn broers
Dit bewijs is robuust: hun moeder Maria Pieters (wit) assisteert bij de ondertrouw van al deze drie mannen, en elk van de drie zijn doopgetuige bij de doop van een kind van een van de andere twee. Dat de moeder assisteert, duidt er waarschijnlijk op dat de vader al is overleden. Deze hypothetische Pieter Duif is dan mogelijk al voor 1744 overleden, wanneer de eerste zoon trouwt.
Stap 5 Christina Pieters Leth is naaste familie van Pieter Duif en Maria Pieters
Christina Pieters is doopgetuige bij maar liefst vier kleinkinderen van wijlen Pieter Duif en Maria Pieters. De eerste keer is in 1745, bij de doop van het eerste kind van Sybrand Pieterse Duif. Ze is dan getuige samen met Pieter Pieterse, mogelijk is hij te identificeren met Pieter Duif, de jongere broer van de doopvader Sybrand. Christina moet dus wel heel nauw verwant zijn.
Stap 6 Maria (Pieters) (Leth) is de vrouw van Pieter Duif
Ik kan twee hypothese opstellen over de verwantschap tussen Christina Pieters en de familie Duif:
1. Christina is een zuster van de drie broers Duif. Die zouden dan jongere broers (geboren 1720-1727) moeten zijn van Maria, Erasmus, Christina en Catharina Leth (geboren 1715-1720). Maar dan zou dus Pieter Duif dezelfde moeten zijn als Pieter Leth. De moeder van de Duif broers, Maria Pieters, zou dan ook de moeder van de kinderen Leth zijn. Zij zou dan eigenlijk Maria Erasmusdr. Moerbeek moeten heten, als ze inderdaad een zus van Sara Erasmus Moerbeek zou zijn. De aanduiding "Pieters" zou dan op de voornaam van haar man Pieter Duif alias Pieter Leth slaan. Een en ander is in principe mogelijk, alleen is het lastig te verklaren waarom eerst de achternaam Leth maar later de achternaam Duif gebruikt zou zijn, terwijl andere familieleden zich consequent Leth bleven noemen.
2. Christina is een zuster van Maria Pieters, de moeder van de drie broers Duif. Dan kan deze Maria Pieters geïdentificeerd worden met Maria (Leth), de oudere zus van Christina die haar bij haar ondertrouw in 1755 assisteert. Het patroniem Pieters klopt dan, omdat hun vader een Pieter Leth was. Het enige lastige is dan het leeftijdsverschil. We moeten in dit geval Maria (Pieters) Leth, de zus van Christina, gelijkstellen aan Maria Pieters, de vrouw van Pieter Duif en moeder van de drie broers Duif. De oudst bekende broer Duif is rond 1720 geboren, en nemen we aan dat de moeder minimaal 18 jaar oud was, dan moet zij dus in 1702 of eerder geboren zijn. Dan zit er wel een groot gat tussen haar geboorte, als oudste bekende kind van Pieter Leth, en haar broer Erasmus Leth, die omstreeks 1715 geboren moet zijn. In dat geval is het goed mogelijk dat er andere kinderen van Pieter Leth in Noorwegen of elders zijn achtergebleven. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat Pieter Leth twee keer getrouwd is geweest, dat Maria een dochter uit het eerste huwelijk is, en Erasmus, Christina en Catharina uit het tweede huwelijk met de zus van Sara Erasmusdr Moerbeek stammen.
Voorlopig houd ik het op de tweede hypothese.
In een later blog zal ik ingaan op Sara Smit, de derde nicht van Anna Maria Valk.
Reactie plaatsen
Reacties